Informatie over Javascript en JavaScript invoegen op je website |
|
De syntaxis van JavaScript vertoont overeenkomsten met de programmeertaal Java. Ze worden ook vaak met elkaar verward. Maar ze zijn totaal verschillend: JavaScript heeft meer gemeen met functionele programmeertalen; en Java met de objectgeoriënteerde talen. De geschiedenis van JavaScript
Netscape ontwikkelde in 1995 de eerste versie van JavaScript, als script-taal voor de Netscape Navigator browser. JavaScript heette toen nog Mocha en later LiveScript. Eind 1995 nam SUN (de ontwikkelaar van JAVA) het over en hernoemde het naar JavaScript. De ondersteuning door Sun leidde er toe dat vele andere bedrijven JavaScript als standaard erkenden. Ook Microsoft besloot de taal te gaan ondersteunen in Internet Explorer, maar ontwikkelde een eigen implementatie van JavaScript onder de naam JScript. Met de introductie van JavaScript ontstonden de eerste mogelijkheden om webpagina’s interactief te maken. Een aantal jaar later leidde dat tot Dynamic HTML (DHTML). De meest opvallende kenmerken ten opzichte van andere talen van JavaScript zijn: • Prototype gebaseerde overerving in plaats van klasse gebasseerde overerving. Client-side en server-side
JavaScript wordt client-side vooral gebruikt in interactieve webpagina's. Net als bij andere scripttalen is er een interpreter nodig om de geprogrammeerde opdrachten uit te voeren. Een interpreter is een speciaal computerprogramma dat programma's verwerkt die in een bepaalde programmeertaal geschreven zijn. Vrijwel alle browsers beschikken over een eigen interpreter voor JavaScript. Windows heeft een ingebouwde interpreter: jscript. JavaScript kan ook gebruikt worden voor server-side scripting. Server-side scripting is de technologie die gebruikt wordt om dynamisch HTML-pagina's te genereren die onder andere op basis van parameters een andere inhoud en/of design krijgen. Dit moet niet verward worden met DHTML. JavaScript invoegen in je HTML webpagina
Om de browser te laten weten dat je een script gaat gebruiken gebruik je de begintag <SCRIPT> . Omdat er tegenwoordig vele scripttalen bestaan moet je aangeven dat er JavaScript gebruikt wordt. Voor browsers van versie 3 en lager kan dat door LANGUAGE="JavaScript" toe te voegen. Voor de nieuwe browsers die HTML 4.01 ondersteunen voeg je TYPE="type/JavaScript" toe. Het script-deel wordt afgesloten met </SCRIPT>. In totaal wordt dit dus: <SCRIPT LANGUAGE="JavaScript" TYPE="text/JavaScript"> In plaats van het niet-officiële text/JavaScript mag je ook application/x-JavaScript gebruiken. Bij oudere browsers die geen JavaScript ondersteunen<SCRIPT LANGUAGE="JavaScript" TYPE="text/JavaScript"> NoscriptMet het noscript-element kan je de gebruiker ervan op de hoogte stellen dat de JavaScript-code niet door de browser kan worden uitgevoerd. Browsers die scripts ondersteunen kennen deze tag en weten dat ze de inhoud moeten negeren. Browsers die geen scripts ondersteunen kennen deze tag niet, negeren dus de noscript-tag en tonen de inhoud ervan op het scherm. Waar plaats je je scriptJe kunt JavaScript script in totaal op vier manieren plaatsen: • in het head gedeelte van de pagina Scripts in het head gedeelte: Het head gedeelte van een pagina wordt het eerst geladen, dus vóór dat de code uit het body gedeelte uitgevoerd wordt. Soms is het vereist om bepaalde JavaScript code in het head gedeelte te zetten, bijvoorbeeld bij het gebruik van functies in JavaScript. Het scriptgedeelte komt dan tussen de </head> en </head> tags. CommentaarBij elke programmeertaal is er een manier om commentaar bij je script te plaatsen. In HTML doe je dit zo: <!-- Hier het commentaar --> . Het is bijvoorbeeld handig om vlak vóór een JavaScript functie wat commentaar te plaatsen over de inhoud van de functie. Dan weet je later precies wat de JavaScript functie precies doet. // Achter deze streepjes staat de commentaar |
Je kunt ons sponsoren door dit artikel te delen met je vrienden. Gebruik dan de buttons hierboven!